Klik op het werkwoord dat direct te maken heeft met het woord uit de eerste rij.
de maaltijd
spelen
schrijven
praten
de school
stampen
strijken
vissen
de trap
vallen
schoppen
denken
de schoen
poets
trappen
vastleggen
de tuin
tuinman
drukken
steppen
de vijver
vis
drijven
de printer
papier
scheuren
inkten
het spel
eten
joker
schroeven
de kleding
stuk
das
kleren
de boom
bladeren
takken
schilder
de vogel
bakken
opdienen
vleugel
de boot
kapitein
inschrijven
water
de fles
spoelen
drank
lekker