Grammatica uitleg

Invuloefening GRAMMATICA 01

Lees onderstaande tekst goed door. Let op de vetgedrukte woorden.


DE en HET zijn bepaalde lidwoorden. EEN is een onbepaald lidwoord. Wij gebruiken voor lidwoord de afkorting lw.
Een lidwoord staat altijd samen met een zelfstandig naamwoord.

IK, JIJ, JE, U, HIJ, ZIJ, ZE, HET, WE, WIJ, JULLIE, ZIJ, ZE kunnen in de zin voorkomen op de plaats van het onderwerp.
Als woordsoort behoren ze tot de persoonlijke voornaamwoorden. De afkorting die we hiervoor gebruiken is pvnw.

De woorden MIJ, JOU, U, HEM, HAAR, HET, ONS, JULLIE, HUN, HEN kunnen in de zin staan op de plaats van het lijdend voorwerp.
Ook kunnen ze als zinsdeel een meewerkend voorwerp zijn. Als woordsoort zijn het gewoon persoonlijke voornaamwoorden.

Namen en zelfstandige naamwoorden kan ik vervangen door persoonlijke voornaamwoorden. Bij tekstbegrip worden ze verwijswoorden genoemd.

IEDEREEN, HET, NIEMAND, IEMAND, MENIGEEN, IETS en NIETS behoren tot de groep van de onbepaalde voornaamwoorden.
De afkorting die wij gebruiken is ovnw.

Natuurlijk weer veel bij de volgende oefening!